Het Ontstaan van Werkelijkheid (v2)
1.3. Deel I – Universum / premenselijk
8. Mythologisch onderscheid
Mythen verbeelden in scènes en handelingen wat religieuze taal vaak in namen en formules samenvat: het ontstaan van onderscheid. Onderscheid is hier de motor. Veel scheppingsmythen beginnen met duisternis, watermassa of chaos: een toestand zonder herkenbare delen. Het is een toestand zonder herkenbare delen. Het verhaal komt op gang zodra een eerste scheiding ‘niet-samenvallen’ introduceert.
Een terugkerend motief is de scheiding van hemel en aarde. In één versie liggen hemel en aarde aanvankelijk dicht op elkaar, als twee platen die op elkaar gedrukt zijn. Alles ertussen is samengeperst. Wanneer ze uiteen gaan, verschijnt het ‘tussen’: de grens die het eerder samenvallende uiteenhoudt. Daardoor worden ‘dit’ en ‘dat’ überhaupt mogelijk: hemel en aarde vallen niet langer samen. Het verhaal verklaart niet waardoor dit gebeurt, maar verbeeldt: een wereld begint waar samenval eindigt.
Andere mythen verbeelden hetzelfde motief horizontaal. Bijvoorbeeld: in de Mesopotamische Enūma Eliš wordt Tiamat verslagen en gespleten door Marduk; in de Noorse traditie wordt de kosmos uit Ymir verteld, waarna basale onderscheiden als ‘lucht’, ‘water’ en ‘grond’ als delen verschijnen. Steeds keert dezelfde stap terug: het samenvallende wordt uiteen gehouden en gaat als verschil tellen. Mythen zetten het schema om in drama: een ononderscheiden geheel wordt in het verhaal uiteen getrokken tot delen.
Voor de vraag van dit hoofdstuk is de feitelijkheid van deze verhalen niet beslissend. Ze laten zien hoe mythen het begin vertellen als het ontstaan van onderscheid. Het begin wordt niet voorgesteld als een kale toevoeging van ‘iets’ aan ‘niets’, maar als een reeks onderscheidingen die een vaag geheel in herkenbare delen uiteen laten vallen. In mythen verschijnt hetzelfde schema als gebeurtenis: een domein wordt pas ‘wereld’ wanneer niet-samenvallen als duurzaam verschil optreedt. De metafysische vraag is dan niet of het verhaal ‘klopt’, maar welke status het onderscheid heeft dat het verhaal inzet. Is het alleen vertelstructuur, of wijst het op een minimale structuur die ook zonder verteller gedacht kan worden?
Geef een reactie