Het Ontstaan van Werkelijkheid (v2)
1.3. Deel I – Universum / premenselijk
1. Inleiding
Dit hoofdstuk gaat over ‘onderscheid’ als minimale positieve structuur: het punt waarop binnen een domein van mogelijkheden niet alles samenvalt. In hoofdstuk 1 en 2 zat dat al impliciet. Zodra er ‘iets’ is, is ten minste een grens denkbaar tussen ‘dit’ en ‘niet-dit’. Hier gaat het niet meer om de vraag óf er verschil is, maar om wat ‘verschil’ minimaal moet betekenen.
‘Onderscheid’ klinkt al snel als iets dat mensen dóen: selecteren, beoordelen, rangschikken. Dat gebruik is relevant, maar het kan verhullen wat hier wordt gezocht. In Deel I gaat het niet om de rechtvaardiging van een grens, maar om de voorwaarde dat verschil kan gelden, ook zonder dat iemand het maakt of benoemt. Daarom loopt de route van alledaags gebruik via taal naar logica en modellen, om ‘onderscheid’ los te maken van de automatische koppeling aan een handelende waarnemer.
De route is stapsgewijs. Ze loopt van alledaags en taalkundig onderscheid via logica (‘domein + niet-samenvallen’) naar wetenschap en filosofie, waar telkens zichtbaar wordt waar ‘verschil’ in het schema wordt geplaatst.
Religieuze en mythologische taal voegen vervolgens iets toe dat in logica en wetenschap snel buiten beeld raakt. Ze spreken alsof onderscheid niet alleen een schema is, maar ook een beginhandeling. Dat dwingt geen conclusie af over ‘hoe het is’. Het scherpt de inzet aan: in zulke taal verschijnt verschil als iets dat mensen voorafgaat. Het hoofdstuk eindigt met ‘metafysisch onderscheid’ als werkvraag: welk deel van de onderscheidstructuur is zó minimaal dat je het niet kunt wegdenken zonder het idee van ‘werkelijkheid’ te verliezen?
Geef een reactie