Het Ontstaan van Werkelijkheid
1.3. Begrenzing
Als er een onderscheid is tussen ‘iets’ en ‘niet-iets’, valt ‘dit’ niet samen met ‘niet-dit’. Alleen al om die tegenstelling zinvol te houden is een grens denkbaar: minimaal niet-samenvallen.
Het onderscheid tussen ‘iets’ en ‘niet-iets’ brengt ‘aanwezigheid’ en ‘afwezigheid’ in beeld. Daarmee wordt ‘iets’ afgebakend van ‘niet-iets’. Niet alleen als taalverschil, maar als verschil tussen geval en niet-geval: ‘iets’ is niet hetzelfde als ‘niet-iets’. Die afbakening hoeft niet scherp te zijn; zij kan vaag of gradueel zijn. Er is dan een grens tussen een toestand en het ontbreken ervan.
Tot hier is dit vooral een logische structuur. Het zegt dat verschil mogelijk is, maar nog niet hoe dat verschil zich kan voordoen. Uit ‘Er is iets’ volgt bovendien nog geen tweede ding. Het levert wel een tweedeling op: het geval en het niet-geval. En die tweedeling vraagt om een minimale invulling van onderscheidenheid, in deze zin: ‘iets’ moet zich ergens kunnen onderscheiden van ‘niet-iets’.
Dat ‘iets’ niet gelijk is aan ‘niet-iets’ geeft een extra aanknopingspunt: niet-samenvallen. Niet-samenvallen betekent hier nog niet ‘ver uit elkaar’ en ook niet ‘op dezelfde plek’. Het betekent alleen dat de onderscheiden toestanden niet samenvallen. Er is dus verschil tussen ‘aanwezigheid’ en ‘afwezigheid’. Een eigenschaploos ‘iets’ draagt op dit punt geen verschil; dan valt het terug in ‘niet-iets’.
Tot dit punt kun je het verschil volledig intern houden: misschien verschilt ‘iets’ uitsluitend in ‘inhoud’. Dan lijkt ‘positie’ overbodig. De tegenwerping is dan dat verschil-in-inhoud genoeg is. Maar ook dan veronderstelt ‘verschil’ een minimaal kader waarin het betekenis krijgt. Twee onderscheiden ‘inhouden’ kunnen alleen verschillen als er een schema mogelijk is waarin ‘niet-identiek’ kan bestaan. Je hoeft dat schema niet te specificeren; het volstaat dat ‘anders’ ergens kán landen.
Dat ‘ergens’ is geen fysieke plek en levert dus geen ‘verschil-in-lokatie’ op. Een onderscheid kan ook ‘verschil-in-moment’ zijn, of een ander soort ‘verschil-in-staat’. Er is alleen een minimaal bereik nodig waarin verschil kan bestaan zonder samen te vallen. Het enige dat hier wordt vastgehouden is dat ‘anders’ niet betekent: identiek.
Wat overblijft is geen plek, maar een voorwaarde: ‘anders’ kan alleen bestaan voor zover het niet identiek is. Hoe je zo’n voorwaarde kunt denken zonder het fysiek te maken, is de volgende stap.
Geef een reactie