HOW – 1.1. Iets

Het Ontstaan van Werkelijkheid

1.1. Iets

De eerste keuze is deze: is werkelijkheid afhankelijk van ervaring, of bestaat zij ook zonder toeschouwer? Volgens één positie bestaat ‘werkelijkheid’ alleen voor zover zij verschijnt in ervaring. De illustratie daarvan is de omvallende boom in het woud: zonder toehoorder geen geluid. Dat kan verdedigbaar zijn, maar het is geen goede ingang voor dit deel. Het maakt ‘werkelijkheid’ afhankelijk van een analyse van ervaring, terwijl dit deel juist probeert te beginnen vóór de ervaring. Daarom kies ik dat uitgangspunt niet; ik begin bij de andere mogelijkheid.

Aan het bestaan van ‘werkelijkheid’ leg ik een eenvoudiger vertrekpunt ten grondslag: ‘Er is iets’. Dat is geen mening en geen conclusie; het is een werkbaar vertrekpunt waarmee ik verder kan. Vandaaruit volgt de rest stap voor stap.

“Er is iets.”

Het ‘iets’ waar ik het over heb, is geen afgeleide van theorie, geen product van taal en geen bijvangst van waarneming. ‘Iets’ hoeft geen ding te zijn. Het hoeft nog geen vorm te hebben en het hoeft nog niet geplaatst te zijn in ruimte of tijd. Er is één logische eis: het ‘iets’ mag niet volstrekt leeg zijn. Met minimaal één eigenschap is het al ‘iets’.

Dat werkelijkheid ook zonder toeschouwer bestaat, is een minimale aanname. Die aanname zegt niet wat werkelijkheid is, hoe zij eruitziet, of hoe wij haar kennen. Die aanname zegt alleen: wij zijn niet de scheppers van het geheel.

De mens komt pas in latere delen in beeld: ervaring, taal en maatschappij. Vooralsnog blijft de toeschouwer buiten beeld. Dit hoofdstuk houdt het bij ‘iets’ alleen. Pas daarna volgen verdere stappen. Dit eerste deel vertrekt vóór de toeschouwer verschijnt. Het uitgangspunt blijft: er is iets, ongeacht of het wordt waargenomen. Daarna volgt wat deze aanname minimaal impliceert.

Je kunt trachten het standpunt te verdedigen dat werkelijkheid niet bestaat. Dat zou, naar mijn oordeel, alleen kunnen via een bewijs uit het ongerijmde. Die route laat ik hier rusten. Wat volgt is geen meting of theorie, maar stappen in taal en alledaagse logica. Het betoog is abstract en methodisch opgezet. Het vertrekt niet vanuit de fysica, maar vanuit minimale consequenties. Wat ‘er is iets’ minimaal impliceert, komt in de hoofdstukken hierna aan bod.

Terzijde: je kunt opmerken dat ‘Er is iets’ een zin van drie woorden is en dat die woorden en hun samenhang extra veronderstellingen meebrengen. Bijvoorbeeld dat ‘er’ al een ‘ergens’ (ruimte) suggereert en dat ‘is’ ook een ‘nu’ (tijd) introduceert. Die discussie parkeer ik hier, omdat ik ‘iets’ hier alleen gebruik als aanduiding voor een minimaal vertrekpunt, vóór tijd en vóór ruimte.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *