HOW – 0.2. Introductie

Het Ontstaan van Werkelijkheid

0.2. Introductie

Deze reeks is opgezet als boek en gaat over ‘werkelijkheid’: hoe zij tot stand komt en wat we bedoelen wanneer we dat woord gebruiken. Niet als scheppingsverhaal en ook niet als kosmologische geschiedenis vanaf de Big Bang, maar als opbouwroute. Hoe ontstaat dat wat wij als ‘werkelijkheid’ aanvaarden en hanteren?

Het eerste probleem is dat ‘werkelijkheid’ in het dagelijks taalgebruik twee kanten tegelijk heeft. Soms bedoelen we ermee hoe het is, onafhankelijk van ons. Soms bedoelen we ermee hoe het volgens ons hoort te zijn. In één zin kan het woord dus zowel beschrijvend als normatief functioneren. Dat maakt het woord krachtig, maar ook gevaarlijk rekbaar. In dit boek wil ik beide betekenissen scheiden en daarna strak naast elkaar leggen. Niet om een kunstmatige definitie op te leggen, maar om consequent te blijven. Telkens duidelijk maken welke laag wordt bedoeld.

Daarmee hangt ook het woord ‘ontstaan’ samen. Ik gebruik ‘ontstaan’ hier niet als ‘begin van alles’, maar als ‘laagvorming’. Sommige dingen lijken onafhankelijk van ons te bestaan; andere bestaan alleen door ons, maar zijn daarom niet minder werkelijk in hun effect. Het boek volgt een route van kaal naar complex: van buitenwereld naar ervaring, maatschappij en representatie.

De opbouw van het boek is vierledig.

Deel I – Het Al

Deel I is zo strak en droog mogelijk opgezet: van het meest kale naar het complexere. Hierin zet ik op een rij welke begrippen minimaal nodig zijn om überhaupt over ‘werkelijkheid’ te kunnen spreken. Welke voorwaarden zijn nodig om een buitenwereld denkbaar te maken, zonder al menselijke afspraken binnen te smokkelen? Hier probeer ik het vocabulaire sober te houden: wel onderscheid, verandering, begrenzing en uitgestrektheid; geen metingen, geen modellen, geen verklarende theorie als startpunt.

Deel II – Ervaring

In het tweede deel komt de menselijke invalshoek in beeld. Niet als ruis, maar als eigen werkelijkheidslaag: verschijning, perspectief, aandacht, geheugen en interpretatie. Daar wordt zichtbaar waarom ‘dezelfde’ gebeurtenis niet noodzakelijk hetzelfde wordt ervaren. We kunnen niet vaststellen dat onze ervaringen identiek zijn, maar wel dat we in vergelijkbare situaties vergelijkbare onderscheidingen maken en daarop kunnen afstemmen. Een begrip als ‘rood’ is dan vooral een afspraak over labels en grenslijnen, niet per se een garantie dat iedereen precies hetzelfde ervaart.

Deel III – Maatschappij

In het derde deel verschuift de focus van individu naar interactie: de laag waarin we werkelijkheid samen in stand houden. Daar ontstaan normen, rollen, instituties, en de routines waarmee we elkaar corrigeren en afstemmen. Het is ook de laag waarin ‘werkelijkheid’ vaak als norm wordt ingezet: niet omdat we zeker weten dat we hetzelfde beleven, maar omdat het functioneel is om te doen alsof we genoeg overlap hebben om te kunnen handelen.

Deel IV – Representatie

In het vierde deel gaat het om indeplaatsstelling: taal, symbolen, beelden en modellen. Hier komt ook wetenschap aan bod, bewust pas hier. Veel hedendaagse gesprekken over ‘Reality’ beperken het domein tot het natuurkundig onderzochte; indrukwekkend gestructureerd en buitengewoon vruchtbaar, maar niet het hele verhaal.

Dit boek zet wetenschap niet weg, maar plaatst haar hier als representatiesysteem dat werkelijkheid in tekens en definities vangt, zodat ze deelbaar, toetsbaar en voorspelbaar wordt. Juist daarom hoort wetenschap in dit boek bij symboliek en modelvorming. Wetenschap is niet alleen ‘vinden’, maar ook ‘vormgeven’ (definities, meetkeuzen, operationalisering, standaarden). Wetenschap is cumulatief: een samenhangend corpus van kennis dat wordt onderhouden en uitgebreid.

Een terugkerend motief door alle delen heen is schaal. Onze waarneming speelt zich af in een praktisch middenveld: groter dan het subatomaire en in een trager tempo dan wat op microschaal fluctueert. We leven met objecten die ‘stabiel genoeg’ zijn om degelijk te lijken. Juist omdat dit een middenveld is, loont het om ook de randen van schaal mee te denken: het subatomaire, het kosmische, en alles daartussen. Dat maakt het dagelijks leven mogelijk, maar kan ook misleiden. We verwarren de stabiliteit van onze schaal gemakkelijk met stabiliteit als eigenschap van de wereld als geheel.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *