In een recente zaak probeerde een griffier zich in het administratieve voortraject te laten gelden. Zij eiste dat een conclusie van antwoord werd ingekort. Inkorten zou ten koste gaan van het verweer van onze cliënt. Haar toon was stellig en het effect concreet: de zaak van onze cliënt werd moeilijker, niet beter.
Een griffier heeft geen mandaat om dit te eisen, maar zij gebruikte art. 2.13 Lpr als kapstok om nadere eisen te stellen. Ze had het over ruimte en witregels, maar doel en grondslag bleven mistig.
Het was geen inhoudelijk debat. Het was een vormkwestie die opeens alles domineerde. Als je dan niet meteen terugduwt naar criteria, wint de vorm van de kwestie.
Procederen is geen duel
Wie denkt dat procederen een tweestrijd is, mist dat vrijwel iedereen rond de zaak een eigen agenda heeft. Die agenda stuurt vaak mee, zonder dat het hardop wordt gezegd. In een ideale wereld staan jouw belang bij je advocaat en het belang van het recht bij de rechter en de rechtbank voorop. In werkelijkheid lopen die belangen soms uit de pas. Soms heb je een advocaat nodig om je eigen advocaat op koers te houden.
Noem het ‘asymmetrie in procesbelangen’. Jij wil gelijk halen, schade beperken, erkenning krijgen, of simpelweg een principieel punt maken. Daartegenover staan mensen en organisaties die iets anders willen: tijd besparen, risico vermijden, werkdruk dempen, reputatie beschermen, dossiers sluiten.
Daaronder zit vaak nog een laag: reputatie, aansprakelijkheid, precedent, interne verhoudingen en foutvermijding. Dat stuurt sterker dan ‘drukte’. Dat maakt je zaak geen uitzondering; het maakt haar realistischer. Je gelijk halen heeft dan ook echt meer obstakels dan alleen de wederpartij. Je moet niet alleen overtuigen, maar ook bijsturen.
In het stuk ‘Polderen in de rechtszaal’ schreef ik al dat de rechter speelruimte heeft en die kan inzetten om te ‘polderen’. Dat schuurt met het idee van een neutraal forum. En het schuurt nog meer zodra je ziet dat die speelruimte niet exclusief van de rechter is: rondom de kern van het geschil zitten meer handen aan het stuur, en die handen sturen niet allemaal dezelfde kant op.
Iedereen heeft een eigen agenda
Neem rechtsbijstandsverzekeraars. Hun verdienmodel draait niet primair om ‘recht halen’, maar om verzekeringen verkopen en abonnementen laten doorlopen. Resultaat is zelden de maatstaf; voorspelbare kosten en beheersing van instroom wel. Vaak volgt een patroon: globaal advies, globale insteek, kort bericht. Schikken verschijnt al vroeg als ‘redelijke’ optie, niet altijd omdat het juridisch het beste is, maar omdat het organisatorisch het prettigste is. Dat hoeft geen kwade wil te zijn; het is een prikkel die permanent aanwezig is.
De advocaat stuurt mee
Dan je eigen advocaat. Ook die is niet neutraal in de zin waarin een cliënt dat soms bedoelt. Een advocaat werkt met schaarse capaciteit, met risico en vaak met ‘billable hours’. Daaronder zit risicomijding: angst voor verwijt achteraf. Een advocaat kiest soms liever voor een middelmatige schikking dan voor een gewaagde route die, als het misloopt, later als ‘onnodig’ of ‘onverstandig’ kan worden uitgelegd. Dat moet binnen grenzen blijven, maar omzet telt mee. Een fixed fee kan de prikkel om het dossier grondig uit te diepen juist verzwakken, omdat ieder extra uur dan directe inlevering is.
Formeel beslist de cliënt. In de praktijk stuurt de advocaat mee. Advocaten werken echter zelden in een vacuüm. Ze zien dezelfde wederpartijen, dezelfde kantoren, soms dezelfde rechters terug. Dat maakt het rationeel om escalatie te doseren, ook als dat inhoudelijk niet altijd optimaal is. Voorstellen zijn vaak ‘leading’. Daar komt iets menselijks bij: cognitieve verankering. De eerste analyse zet het frame en wordt zelden volledig herzien. Dat is menselijk gedrag, geen complot. Soms wordt ‘consistent blijven’ een stil procesbelang. Dat lijkt verdacht veel op zich vastbijten in het eigen gelijk. De zin “Zeg maar wat u wilt.” klinkt ruimhartig, maar dient meestal als ‘juridische rugdekking’: later kan worden bevestigd dat het precies zo was afgesproken. Soms is het echte belang dan niet ‘gelijk halen’, maar verantwoordelijkheid kunnen afschuiven: een keuze die achteraf goed uitlegbaar is.
Systeemlogica
Vervolgens de rechter, en de rechtbank als organisatie. Zelfs als je uitgaat van onafhankelijkheid en vakmanschap, werkt een rechter binnen grenzen. Tijd is schaars; aandacht is eindig. In een overvolle agenda wordt efficiëntie een stille norm. Dat zie je terug in de leiding: strak op de kern, snel naar afronding. De ‘polderruimte’ kan dan de functie krijgen van verlichting: minder zittingsuren, minder processtukken, minder doorlooptijd. Voor de rechtzoekende voelt dat soms als druk, maar voor het systeem voelt het als ademhalen.
Een schikking op de gang scheelt het gerechtelijk apparaat werk: geen uitgewerkt vonnis en doorgaans ook minder vervolgprocedures. Procedures worden zo gebouwd dat stromen beheersbaar blijven en dossiers eerder sluiten. En soms is ‘geen precedent’ het echte belang.
In mediation zie je dezelfde logica: bij een mediator telt niet de materieel juiste uitkomst, maar ‘akkoord bereikt’. Dat kleurt druk en framing.
De poortwachter
En dan de griffier uit het eerste deel van dit stuk. In de beleving van partijen is de griffier vaak de poortwachter van het proces. Als die poortwachter een punt wil maken, kan dat praktisch veel impact hebben, ook zonder formeel mandaat. Het gevaar is dat een impliciete norm gaat leven en oncontroleerbaar wordt. Dan ontstaat het moeras van ‘dit moet korter’ zonder meetbare criteria. Wie daar verstandig mee omgaat, vraagt niet om begrip, maar om criteria: welk onderdeel voldoet niet, welke norm geldt, en waar staat die norm. In onze zaak werd het pas rustig toen die vragen op tafel lagen; de schade zat vooral in vertraging en ergernis. Wie voor institutionele druk zwicht, schaadt het belang van zijn cliënt.
Aan de overkant staat de advocaat van de wederpartij. Ook daar spelen prikkels: bescherming van de eigen positie, beperking van risico op klachten, beheersing van cliëntverwachtingen. Ook die advocaat doet niet alleen ‘de zaak’, maar managet ook zichzelf. Dat kleurt toon, timing en bereidheid tot escalatie. En zelfs kleine berichtjes kunnen kosten genereren, ook als de inhoud niet meer is dan “Dank voor de update!”
De omkering
Het ongemakkelijke punt is dit: zodra je al die belangen naast elkaar legt, wordt ‘recht halen’ een projectmanagementvraag. Je bent niet alleen bezig met argumenten, maar met fricties. Niet alleen met feiten, maar met incentives. En wie dat niet ziet, raakt verrast door voorspelbare bewegingen: de reflex naar schikken, de druk op vormvereisten, het minimaliseren van werk, het doorschuiven van verantwoordelijkheid. Dan ben je niet alleen in discussie met de wederpartij, maar ook in gevecht met systeemlogica.
Het risico is dat dit cynisme kweekt. Als iemand iedereen als ‘opponent’ gaat zien, ondermijnt hij samenwerking, maakt hij escalatie waarschijnlijker en doet hij tekort aan professionele ethiek. Veel professionals handelen correct, ook onder druk. Alleen: het bestaan van integriteit neemt de werking van scheeflopende prikkels niet weg. Je hoeft niemand kwade motieven toe te dichten om toch te erkennen dat belangen niet synchroon lopen. Het volwassen standpunt is daarom dubbel: ga uit van behoorlijke intenties, maar organiseer je zaak zo dat ze niet afhankelijk is van goodwill.
De praktische consequentie is simpel en niet vrijblijvend. Als je procedeert, doe dan een korte ‘incentive-check’ voordat je inhoudelijk de diepte in gaat. Vraag je verzekeraar waar men op wordt afgerekend en wanneer men wil schikken. Maak met je advocaat expliciet hoe tijd, risico en kwaliteit worden afgewogen, en verlang dat opties en consequenties helder op papier komen. Leg richting de rechtbank de lat bij toetsbare normen als er over de vorm wordt gediscussieerd. Houd één vraag paraat: welk belang stuurt dit?
Wie recht zoekt, moet prikkels kunnen lezen.
Geef een reactie