Juridische werkelijkheid (v1)

De zin “Maar zo is het echt gegaan.” duikt in rechtszaken op als laatste poging om de eigen versie van het verhaal door te drukken. De verwarring die dan volgt (“Waarom kijkt u niet naar het geheel?”) komt voort uit een verschil in verwachting. In de rechtszaal gaat het vaak niet om het hele verhaal, maar om iets anders.

De rechtszaal is geen plek waar dé werkelijkheid wordt gereconstrueerd. Zij is een beslisomgeving die het verleden terugbrengt tot een beperkte set feiten die relevant zijn voor de beslissing. Die feiten komen uit het dossier: wat partijen stellen, wat wordt betwist en wat met bewijs kan worden onderbouwd.

De rechtszaal spreekt met gezag, terwijl het verhaal zelden compleet is. En toch komt er aan het einde een vonnis, met een werkelijkheid die in nette alinea’s is samengevat. Daarom schuurt het: wat iemand als wezenlijk ervaart, verdwijnt zodra het niet hard genoeg wordt voor het dossier.

Omdat partijen concurrerende versies van dezelfde gebeurtenissen presenteren, ontstaan er twee elkaar uitsluitende verhalen. Die verhalen worden getoetst aan juridische criteria. Wat resteert is geen volledige historische waarheid, maar een juridisch vastgestelde kern: wat voor de beslissing telt. Die versmalling kan voelen alsof ‘het recht’ tekortschiet, maar ze is onvermijdelijk. Zonder selectie en afbakening zou een zaak niet binnen redelijke tijd en volgens hanteerbare regels kunnen worden beslist.

De rechter plaatst de vastgestelde feiten in een rechtskader en verbindt er een rechtsgevolg aan. Kort gezegd: de rechter, het feitencomplex, het rechtskader en het rechtsgevolg. Vier filters voordat een vonnis wordt gewezen.

Filter 1: De rechter wordt wel aangeduid als een ‘black box’: er gaat iets in en er komt iets uit, maar wat er in de box gebeurt blijft grotendeels verborgen. Dat komt niet alleen door het geheim van de raadkamer, maar ook doordat een uitspraak nooit helemaal blootlegt welke relatieve gewichten de rechter aan de afzonderlijke factoren heeft toegekend.

Alle ingrediënten zijn bekend: de stellingen, het bewijs, de juridische criteria en de relevante omstandigheden. Maar hoe de rechter alles afweegt voordat hij beslist, blijft onbekend. Met dezelfde ingrediënten maakt de ene chef een andere schotel dan de andere. De kern van de black box zit in de weging.

Filter 2: In het geding wordt het relevante verleden geconstrueerd tot een raamwerk waarbinnen het recht kan optreden. (Het is geen volledige historische reconstructie.) Er ontstaat een parallelle werkelijkheid op basis van wat partijen stellen en betwisten. Beide partijen presenteren een narratief als beschrijving van hun werkelijkheid. Die narratieven worden naast elkaar gelegd en getoetst op bewijs en plausibiliteit. Wat standhoudt, vormt het aannemelijke fundament: het feitencomplex.

Filter 3: Het rechtskader wordt begrensd door de rechtsgronden die partijen aanvoeren, waar nodig aangevuld met regels die de rechter ambtshalve moet toepassen. Dat vormt de zeef waar het feitencomplex doorheen gaat. Wat resteert, vormt de juridische basis voor de beoordeling.

Filter 4: De rechter mag in beginsel niet iets anders toewijzen dan door de partijen is gevraagd. Hij beoordeelt vervolgens in welke mate de juridische basis de toewijzing kan dragen: dat is het rechtsgevolg.

Zet je de vier filters achter elkaar, dan zie je waarom de ‘juridische werkelijkheid’ niet samenvalt met de ‘historische werkelijkheid’. Het recht produceert geen leugen, maar een juridisch bruikbare selectie. Feiten worden niet alleen gevonden, maar ook gevormd. Niet verzonnen, maar gestileerd. Ze worden geknipt op relevantie, geplakt op bewijs, gemeten volgens criteria. Dan krijgen ze gewicht, richting en gevolg. Zo wordt het verleden hard genoeg gemaakt om er een juridische conclusie aan te mogen verbinden. ‘In rechte’ bestaat eenvoudigweg niet wat niet kan worden gewogen.

Dan is het niet juist om te zeggen dat de rechter ‘de waarheid’ heeft vastgesteld. De rechter heeft vastgesteld wat binnen de beslisomgeving voldoende aannemelijk is geworden om een vonnis te rechtvaardigen. Wie dat inziet, procedeert anders. Hoe het was is slechts een tussenstap naar hoe het in het dossier komt. Hopen dat de rechter het wel aanvoelt helpt weinig; het moet toetsbaar zijn.

Daarom wint niet wie het ‘echt’ heeft meegemaakt, maar wie het hard krijgt in het dossier.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *