HOW2 – 1.1. Nietsheid (2/10)

Het Ontstaan van Werkelijkheid (v2)

1.1. Deel I – Universum / premenselijk

2. Niets alledaags

Als je naar een lege doos wijst en zegt: “Er zit niets in”, begrijpt iedereen je. Strikt genomen is de stelling onwaar: er zit in ieder geval lucht in. Maar de zin werkt omdat ‘niets’ hier betekent: niets van wat in deze context relevant is, bijvoorbeeld niets van wat je zoekt. Hier betekent ‘niets’ dus: ‘geen X binnen dit kader’, niet ‘totale afwezigheid’.

De dubbelzinnigheid van ‘niets’ zie je direct in het dagelijks gebruik. Meestal betekent ‘niets’: geen X binnen een bepaald kader, niet totale afwezigheid. Dat kader blijft vaak onuitgesproken, omdat gesprekspartners doorgaans weten welke verwachting, vraag of maatstaf op dat moment geldt. De omstandigheden bepalen wat ‘X’ is, en daarmee wat ‘niets’ in die zin ontkent.

Die twee lezingen lopen gemakkelijk door elkaar. In relatieve zin betekent ‘niets’: geen X binnen een specifiek kader. In absolute zin betekent ‘niets’: het ontbreken van alles, zonder enkel kenmerk of eigenschap. Dat is de ultieme ontkenning, maar je kunt haar alleen negatief benaderen: door op te sommen wat er niet is. Juist daarom zijn vaste uitdrukkingen bruikbaar: daar betekent ‘niets’ bijna altijd ‘ontbrekend relevant iets’.

Wie ‘uit het niets’ zegt, bedoelt meestal ‘plotseling’. Wie zegt dat ergens ‘niets aan’ is, bedoelt ‘niet de moeite waard’. ‘Voor niets’ betekent vaak ‘zonder resultaat’ of ‘zonder tegenprestatie’, en ‘op niets uitlopen’ kan teleurstelling, minachting, geruststelling of dreiging uitdrukken. In al die gevallen verwijst ‘niets’ naar een ontbrekend relevant iets, niet naar absolute leegte.

Pas wanneer je het woord losmaakt van zo’n kader, ontstaat de strikte lezing: ‘niets’ als totale afwezigheid. Daar begint de wrijving: vanaf hier moet je het kader expliciet maken.

Daarom nemen we het dagelijkse ‘niets’ eerst serieus als ‘geen X’. De rest is het expliciteren van het kader. Wie niet verduidelijkt wélk kader wordt ontkend, gaat ‘niets’ al snel lezen als een toestand, en daarmee als een soort ‘iets’. De controlevraag is dan telkens: ‘niets van wát?’

Dit is geen muggenzifterij. Het laat zien hoe ‘niets’ in het dagelijks taalgebruik vaak een verkorte ontkenning met een weggelaten aanvulling is. ‘Er is hier niets’ betekent doorgaans: het gezochte ontbreekt, of niets voldoet aan wat je verwachtte. Het woord functioneert als een negatieve verwijzing: het wijst af in plaats van aan. Het benoemt meestal geen toestand van de wereld, maar een discrepantie tussen vraag en aanbod, tussen verwachting en waarneming.

In het alledaagse spreken betekent ‘niets’ dus doorgaans ‘geen X’. Dat is praktisch, maar het maskeert dat ‘niets’ grammaticaal als zelfstandig naamwoord optreedt, alsof het naar een entiteit verwijst. Het kan onderwerp, object of bijwoordelijk zijn. In al die gevallen gedraagt het woord zich alsof het naar ‘iets’ verwijst, terwijl de inhoud ontkennend is. Dat is functioneel (we kunnen ermee redeneren, zinnen bouwen en verantwoordelijkheid toeschrijven), maar het duwt het denken ook richting een ‘ding’: alsof ‘niets’ iets is. Daarom verschuift de blik nu van gebruik naar woordvorm: betekenis, definitie en herkomst van het woord.

[Wordt vervolgd…]

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *