Vorige week gaf ik mezelf een serieuze uitdaging, of eigenlijk meerdere. Eerder had ik er wel eens over nagedacht hoe je een boek zou moeten produceren, maar de praktijk is vooral leerzaam. Met name omdat ik nu weet wat er misging: ik begon met de verkeerde ingang.
Eerst dacht ik aan een tiental invalshoeken op Werkelijkheid, elk met een eigen domein: van objectief wetenschappelijk via cultuurdominantie, religie en filosofie tot strikt subjectieve invalshoeken. Die eerste tien groeiden al snel uit tot tientallen categorieën met eigen subonderdelen, te veel om te overzien. Daarom ben ik gewoon gaan schrijven. Soms werkte ik in zeven hoofdstukken tegelijk, maar gaandeweg tekende zich toch een indeling af: een structuur en een schrijfplan. Tot zover ging het vanzelf. Daarna niet.
En hier ging het mis: bij het begin. Ik besloot te beginnen met een logisch, zelfs ontologisch, eerste deel: ‘in de voetsporen van Parmenides en Heraclitus’. Maar als opening is het té abstract en té metafysisch. Het kost me veel energie en levert voorlopig te weinig houvast op. Ik had een expliciete twist in gedachten, maar een compleet deel schrijven om later één twist toe te passen is niet in verhouding. Daarom heb ik deze route afgebroken. Geen uitstel, maar een herstart.
Daarom begin ik nu met HOW2. Ik start dichter bij wat wél beschrijfbaar is en keer pas later, als er een ruggengraat staat, terug naar de funderingsvragen. Voorlopig kies ik productiviteit en verkenning. Het schaven komt later. De winst is dat ik deze vergissing vroeg heb gemaakt. Het kostte me ongeveer een week, en het leverde vooral helderheid op.
Ik had al aangegeven dat ik een trucje nodig had om iedere dag te kunnen blijven publiceren. Daarbij dacht ik vooral aan de ‘boog’ van een langer werk, juist omdat puzzelen tijd kost. Daarom publiceer ik ook inleidingen en een voorwoord. Dat geeft me ruimte om het schrijfplan bij te sturen. Het moet iets opleveren. Ofwel een product, ofwel een realisatie die ik als intermezzo kan opnemen. Anders niet.
Door de werkdruk is mijn taal in deze producties nog niet op niveau. Als ik dit ooit als compleet werk publiceer, zal ik het grondig moeten redigeren, herschikken en soms herschrijven.
Bij herlezen zag ik dat ik aan bijna alle eerdere stukjes verkeerd had geschaafd. Daardoor werd het resultaat eerder ‘bland’. Dat is óók een les. Teksten compacter maken gaat ten koste van de persoonlijkheid van het product. Het leest sneller, maar het wordt ook droog, staccato en saai. Controlerondes op spelling en grammatica zijn dus prima, maar een te uitgebreide controle op stijl, compactheid en flow leidt wel tot leesbaarheid, maar niet per se tot een betere column.
Als toelichting voor mijn onderwerpkeuze liet ik de serie voorafgaan door een stukje waarin ik voor het eerst meer biografische elementen opnam. Dat was een mijlpaal. Dat krijgt nu ook een extra functie: het markeert dat bijsturen onderdeel is van dit 2026-project, zodra de gekozen route te weinig oplevert. Ook dat hoorde bij de oefening.
Met de publicatie van mijn drijfveren verliet ik het objectieve pad. Daardoor kan ik een minder strikte stijl hanteren: geen neutrale vorm en woordkeuze meer. Het is een reflectie van de manier waarop ik de wereld beleef, inclusief Engels en verwijzingen naar The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, if I damn well feel like doing so.
Ik blijf schrijven zonder de tekst in zijn geheel te reviseren, ook nu. Daar moet ik aan wennen. Het is waarschijnlijk efficiënter om eerst een reeks te maken. Ik schrijf nu vanuit een herstart. De oude opbouw laat ik los; de nieuwe moet zich opnieuw al schrijvend bewijzen. Ik hoop dat deze herziening beperkt blijft tot HOW2 en dat het geen reeks How-not-to’s wordt. Mission aborted. Lessons learned. Nu verder met HOW2.
Geef een reactie