HOW2 – 1.2. Iets (2/10)

Het Ontstaan van Werkelijkheid (v2)

1.2. Deel I – Universum / premenselijk

2. Iets alledaags

In alledaagse zinnen staat ‘iets’ zelden kaal. Meestal draagt het een kader mee. Wie zegt dat er ‘iets’ in de lucht hangt, wijst vaak op spanning, verwachting of een onuitgesproken conflict. ‘Er is iets met hem’ suggereert dat zijn gedrag of conditie afwijkt van wat normaal is. ‘Er is iets’ betekent meestal: er is iets dat telt binnen een bepaald kader, al blijft open wat het is.

Ook wanneer ‘iets’ een vaststelling is (‘er ligt iets op de mat’, ‘er staat iets voor de deur’), blijft het gebruik concreet. Het woord benoemt niet wát er ligt of staat, maar verwijst wél naar iets met contouren dat je in principe kunt aanwijzen of oppakken. Alledaags ‘iets’ is daarmee een verzamelterm voor een bundel kenmerken: vorm, plaats, betekenis en mogelijke gevolgen. Daarvan abstraheert Deel I zoveel mogelijk. Dat gewone gebruik is hier niet verkeerd, maar te zwaar voor het doel van Deel I. Het vult ‘iets’ meteen in. Voor Deel I is juist het omgekeerde interessant: een ‘iets’ dat breed genoeg is om binnen elk denkbaar kader te passen, maar zo minimaal dat geen enkel specifiek kader het al invult. Welke minimale rest blijft over als je bijna alles wegdenkt, zodat het woord ‘iets’ nog contrast met ‘niets’ behoudt? De rest van het hoofdstuk probeert die rest vrij te maken door te beginnen bij wat taal met ‘iets’ doet.

[Wordt vervolgd…]

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *