Het Ontstaan van Werkelijkheid (v2)
1.3. Deel I – Universum / premenselijk
2. Alledaags onderscheid
In de eerste twee hoofdstukken wordt ‘onderscheid’ al verondersteld. Zelfs ‘iets’ trekt een lijn: ‘dit’ in plaats van ‘dat’. In het dagelijks leven verschijnt ‘onderscheid’ zelden als een kale voorwaarde. Wie zegt ‘geen onderscheid te maken tussen mensen’, bedoelt vaak iets moreels: iedereen gelijk behandelen, ongeacht afkomst, leeftijd of uiterlijk. Wie klaagt dat er ‘geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen goed en slecht werk’, wijst op een norm die aan scherpte verliest. In die gevallen is ‘onderscheid’ gekoppeld aan degene die onderscheid maakt én aan een maatstaf die het verschil betekenis geeft.
De varianten zijn talrijk, maar het patroon is vaak hetzelfde. Als je in de supermarkt voor een schap vol pastasauzen staat, lijken de potten op elkaar, maar je selecteert op één of twee criteria: prijs, merk, ingrediënten. Hier is ‘onderscheid’ een handeling: een criterium maakt één verschil relevant binnen een vraag of doel.
Zonder expliciet oordeel kan het relevante verschil verschuiven, afhankelijk van de vraag die je stelt. Twee identieke glazen water op tafel zijn ‘hetzelfde’ zolang je vraag algemeen blijft: ‘wat staat er op tafel?’ Tot iemand zegt: “Pas op, in één zit chloor.” Dan verandert de vraag, en daarmee het onderscheid dat relevant wordt. Iets soortgelijks geldt bij tweelingen: zolang je hen niet kent, zie je ‘twee personen’; pas als je betrokken raakt, leer je kleine verschillen in hun manier van bewegen, hun stem en gelaatsuitdrukkingen herkennen. [Alledaags onderscheid groeit met context, betrokkenheid en de precisie van de vraag die je stelt.]
In dat alledaagse spreken is ‘onderscheid’ vaak normatief en persoonsgebonden opgevat. Iemand selecteert, trekt een grens, legt een verschil vast of negeert het. Die koppeling zetten we in dit deel voorlopig tussen haakjes. De fundamentele laag wordt hier gedacht vóór personen, doelen en normen. Dit alledaagse spreken laat zien hoe snel ‘onderscheid’ als keuze- en beoordelingswerk wordt gelezen. Hier gaat het om ‘waarnemer-onafhankelijk’ onderscheid: verschil dat geldt zonder dat er iemand is die het waarneemt. Vanaf hier gaat het om ‘onderscheid’ als structuur, los van handelen en beoordeling. Er kan een verschil gelden tussen mogelijke toestanden of dragers, ook als niemand dat verschil benoemt, gebruikt of er belang bij heeft. Anders gezegd: hier gaat het niet om onderscheid dat ‘gemaakt wordt’, maar om niet-samenvallen binnen een domein. Dat vraagt afstand van de dagelijkse voorbeelden en opent de stap naar taal en logica: wat moet er minimaal gelden opdat verschil überhaupt denkbaar is.
Geef een reactie