Tag: Werkelijkheid

  • HOW – 0.1. Voorwoord

    Het Ontstaan van Werkelijkheid

    0.1. Voorwoord

    Normaal gesproken wordt een voorwoord pas geschreven als het boek klaar is; als laatste. Dit voorwoord is anders. Ik schrijf het vóór het schrijven van het ‘boek’. Ik noem het zo omdat ik deze online reeks zo aanvlieg, als boek. Dit voorwoord plak ik dus níet achteraf in het begin. Het is een plan, een belofte zo je wilt, over de manier waarop ik het boek ga schrijven: voor de lezer een voorwoord, voor mij een leidraad. Dít moet het boek worden.

    De aanleiding voor deze reeks is dat het onderwerp al mijn hele leven door mijn hoofd spookt. Het heeft inmiddels zoveel aspecten en dimensies dat het tijd wordt om ze vast te leggen en er een coherent geheel van te maken.

    Daarom is dit boek geen pleidooi voor één school. Zeker geen ‘alles is objectief’-benadering en ook geen ‘alles is slechts perspectief’. Ik heb geprobeerd een route uit te stippelen waarin meerdere intuïties tegelijk kunnen kloppen, afhankelijk van blik en focus. Sommige aspecten van de werkelijkheid lijken hard en onverschillig; andere bestaan alleen doordat wij ze samen overeind houden. Dat ‘samen’ is niet vrijblijvend, omdat instituties, taal en wetenschap die gezamenlijke laag stabiliseren en terugkoppelen.

    Deze reeks geeft bij uitstek de mogelijkheid om te controleren of mijn ideeën samen kunnen bestaan, of dat er paradoxen optreden. Omdat ik allergisch ben voor tegenstrijdigheden, ga ik ontdekken of die erin zitten.

    De werkelijkheid is ook een dankbaar onderwerp. Niet alleen is zij per definitie alomvattend, er zijn ook meerdere invalshoeken te bedenken. Toen het idee ontstond om aan deze reeks te beginnen, lagen er al snel tientallen onderwerpen. Dat is te veel, en veel ervan is niet voor iedereen even interessant. Daarom blijft de hoofdlijn zo basaal en overzichtelijk mogelijk. Niet alles wordt als noodzakelijk waar gepresenteerd: wat wordt beweerd en waar bewijs ontbreekt, wordt dat expliciet vermeld. En beweringen van anderen worden ontleed op bewijsbaarheid en consistentie. Geen drogredenen, geen kunstgrepen. Alleen nuchter verstand en alledaagse logica.

    De lezer hoeft hier geen voorkennis voor te hebben, maar wel ontvankelijkheid: wees bereid om datgene wat je al zeker weet even te parkeren. Iedere aanname en ieder gevolg breng ik zo simpel mogelijk over het voetlicht. Dat heeft twee redenen. Iedereen moet het kunnen begrijpen én in staat zijn om het te bekritiseren. Geef commentaar. Ik vind het irritant als dingen zo complex of algemeen worden verkondigd dat degene die het beweert zich er altijd achter kan verschuilen. Ik ga aannames expliciet maken en zo voorzichtig mogelijk zijn met begrippen die ongemerkt menselijk handelen veronderstellen. In de eerste hoofdstukken zal dat abstract en droog zijn. Dat is geen kille stijlkeuze, maar een zelfopgelegde discipline. Als je het te veel inkleurt, smokkel je via een achterdeur onderdelen naar binnen die je juist probeert te beschrijven. Dan verval je in een cirkelredenering.

    Dat ik de kern van mijn betoog zo simpel mogelijk weergeef, betekent niet dat ik alleen maar eenvoudige onderwerpen aansnijd. Je herkent meer als je weet wie Herakleitos of Douglas Adams is, maar het is niet noodzakelijk. Ik zal ervoor zorgen dat je begrippen die voorkennis vragen, gemakkelijk online kunt terugvinden als je wilt weten waar het precies over gaat. Het is echter niet noodzakelijk om mijn betoog te kunnen volgen.

    Waarneming is op veel manieren belangrijk, in de eerste plaats omdat we er dan met anderen over kunnen praten. Als we allebei grofweg hetzelfde zien, voelen, horen, ruiken en proeven, geeft dat een duidelijk fundament. Daarbovenop liggen allerlei afspraken, onder meer over hoe we het noemen. We spreken vervolgens over dé werkelijkheid, maar die is meer dan waarneming alleen. De omstandigheden binnen en buiten je eigen binnenwereld bepalen in belangrijke mate wat je opmerkt, wat je overslaat, en welke verklaringen je aannemelijk vindt. Dat besef kan mild maken: veel gedrag is minder ‘karakter’ dan context. Het kan ook hoop geven: als iemands omstandigheden veranderen, verschuift zijn wereldbeeld vaak mee. Dat maakt het woord ‘werkelijkheid’ niet eenvoudiger, maar politiek beladen.

    Als iemand ‘in werkelijkheid’ zegt, is dat zelden een neutrale aanduiding waarin een eerlijke en objectieve versie van de waarheid wordt verkondigd. De inzet varieert: “In werkelijkheid is dat slechts een excuus”, “In werkelijkheid ben je gewoon bang voor de gevolgen” of “In werkelijkheid komt dat helemaal niet door klimaatverandering”. Het alledaagse gebruik van ‘werkelijkheid’ is dus rekbaar en wordt vooral ingezet om de waargenomen werkelijkheid bij te (laten) stellen. Het woord wordt dan gebruikt om een discussie te beëindigen.

    Voordat ik echter overga op het uitwerken van werkelijkheid als ervaring of als maatschappelijk fenomeen, wil ik een zo simpel mogelijke basis leggen. Zo simpel dat het zelden expliciet zo wordt uitgeschreven. Afsluitend besteed ik aandacht aan de manier waarop men onder meer in de exacte wetenschappen omgaat met het begrip ‘werkelijkheid’. In de navolgende Introductie schets ik de opbouw van het boek. Daarin geef ik ook aan hoe de delen op elkaar aansluiten en waar bijvoorbeeld wetenschap in dit project thuishoort. Hier volsta ik met één belofte: ik probeer het woord ‘werkelijkheid’ minder metafysisch of magisch te maken door het uiteen te trekken in zijn componenten. Niet om het kapot te analyseren, maar om het bruikbaar te maken.

    Als dit boek iets moet opleveren, is het niet dat je na afloop één definitie hebt waarmee je elke discussie wint. Het is eerder dat je beter gaat zien wat er precies bedoeld wordt als het begrip ‘werkelijkheid’ wordt gebruikt. Gaat het om de buitenwereld? Om ervaring? Om sociale norm? Om model en representatie? Wie dat onderscheid kan maken, raakt minder snel verstrikt in woorden die doen alsof de discussie al beslist is.

    De werkelijkheid is onontkoombaar. Zij dringt zich aan jou op. Maar ook het omgekeerde geldt. Jij dringt jouw werkelijkheid ook aan anderen op. In die zin werkt het als zwaartekracht. Jij bent eraan onderhevig, en je hebt zelf ook een eigen zwaartekrachtveld, zij het zeer beperkt. De sociaal-maatschappelijke werkelijkheid werkt echter anders dan zwaartekracht, waarbij alleen jouw massa relevant is voor de invloed die je met jouw aanwezigheid op anderen uitoefent. In het sociaal-maatschappelijk ‘Umfeld’ kun je een onevenredige invloed op de perceptie van de werkelijkheid door anderen uitoefenen. Sommigen hebben een dermate charismatisch effect op omstanders dat van hen wordt gezegd dat zij een reality distortion field met zich meedragen.

    Graag nodig ik iedereen uit om zo veel mogelijk commentaar te leveren. Dat mag uiteraard direct onder het online stukje, maar het kan ook rechtstreeks naar mijn e-mailadres, m@stratagem.nl

  • Alea iacta est

    Eerder gaf ik al aan dat ik het lastig vond om een onderwerp te kiezen. Uiteindelijk koos ik een alomvattend onderwerp: werkelijkheid. Ik ben me ervan bewust dat het antwoord in de ‘literatuur’ ook kortweg als ‘42’ kan worden aangeduid, maar ik ga het toch anders doen. Niet door één sluitend antwoord te beloven, maar door de puzzel die aan dat woord vastzit serieus te nemen: wat bedoelen we wanneer we het begrip ‘werkelijkheid’ gebruiken?

    Dit onderwerp laat me niet los. Het is een puzzel die ik al bijna mijn hele leven leg, en die steeds terugkomt in een andere gedaante. Ik heb er een aantal duidelijke ideeën over, maar ik heb ze nooit uitgeschreven. Dat ga ik nu wel doen. Tijdens het in kaart brengen van werkelijkheid zocht ik vaak naar beschrijvingen die standhouden. En er blijven onontgonnen gebieden over.

    Mijn vroegste herinnering aan die puzzel gaat terug tot de kleutertijd. Ik was misschien een jaar of vier, en mijn tante Corrien paste op mij. Ik was bang dat ik zó diep in gedachten kon wegzakken dat ik de weg terug niet meer zou vinden. Achteraf klinkt het melodramatisch, maar het gevoel was echt. Ik kon het nauwelijks uitleggen. Toch heb ik haar, na lang aarzelen, gevraagd of ze me kon komen halen als ik zelf de weg kwijt zou raken. Ze zei meteen ja. Lief. Maar ik zag aan haar gezicht dat ze niet begreep wat ik bedoelde.

    Dat moment bleef hangen omdat ik toen voor het eerst merkte dat de belevingswereld van een ander niet samenvalt met de mijne. Hoewel ik toen nog niet in staat was om het te verwoorden, was mijn conclusie helder: wij zijn ons eigen venster op de werkelijkheid. Je kunt in dezelfde kamer zijn, maar toch in volsyrekt verschillende werelden staan. Voor een kleuter is dat even schrikken: je deelt dezelfde ruimte, maar niet hetzelfde beeld. Dat inzicht bleef; werkelijkheid verschilt per persoon.

    Die bewuste realisatie bleef als een rode draad door mijn leven lopen. Iedereen herkent zoiets, maar ik was erop gefixeerd: hoe snel ‘hetzelfde’ kan veranderen door een net andere context. Ik zag dat als een verschuiving van de werkelijkheid. Herakleitos’ rivier werd voor mij minder een citaat dan een waarschuwing: de werkelijkheid verandert voortdurend.

    Later merkte ik dat de werkelijkheid ook in mijzelf kon schommelen. Het voorbeeld dat me daarbij helder voor de geest staat, is de periode waarin ik in militaire dienst zat. Ik vond die periode buitengewoon onaangenaam. Terugkijkend zat ik in een depressieve fase: de leegheid, de routine, de desinteresse. Het dagelijks leven in militaire dienst was geestdodend. Ik ging er telkens met weerstand naartoe.

    En juist omdat ik me verveelde en tegelijk onrustig was, draaiden er voortdurend gedachten in mijn hoofd: over mensen, over macht, over economie, over hoe groepen werken, over wat mensen elkaar wijsmaken om het vol te houden. Wat me toen verraste, was niet dát ik nadacht, maar hoe mijn conclusies verschoven. In de ochtend, op weg naar de kazerne, kon ik dezelfde vraagstukken logisch uitwerken en tot een heldere conclusie komen. Maar op vrijdagmiddag, in de trein terug naar huis, leidden dezelfde feiten tot andere conclusies. Niet omdat de feiten veranderden, maar omdat mijn eigen instelling anders was. Beide conclusies voelden even ‘waar’. En dat is een vreemde constatering: je eigen logica is afhankelijk van je stemming. Mijn werkelijkheid was niet alleen persoonlijk, maar ook situationeel.

    Die ervaringen hebben mijn belangstelling voor ‘werkelijkheid’ blijvend gevoed. Ze hebben me ook voorzichtiger gemaakt met de alledaagse manier waarop we dat woord gebruiken. “In werkelijkheid…” is vaak geen neutrale observatie, maar een zet in een gesprek. We gebruiken het om de ander bij te sturen, te corrigeren, te ontmaskeren. “In werkelijkheid ben je gewoon bang.” “In werkelijkheid is dit een excuus.” “In werkelijkheid komt het helemaal niet daardoor.” Daar is ‘werkelijkheid’ geen beschrijving, maar beïnvloeding.

    Tegelijk kun je niet bij subjectiviteit blijven hangen. Je kunt niet leven alsof alles alleen maar perspectief is. Je moet kunnen handelen, beslissen en met anderen samenwerken. Er is ook een gedeelde werkelijkheid met afspraken, routines en wederzijdse verwachtingen. In die context proberen woorden naar hetzelfde te verwijzen, vaak genoeg om samen te kunnen handelen. Dat spanningsveld fascineert me: de verschillen tussen het privé-venster en die gedeelde wereld, tussen die verschillende waargenomen werkelijkheden. Niemand ziet precies hetzelfde; samenleven is leven in de overlap.

    Daarom begin ik deze reeks. Niet om met één theorie te eindigen, maar om in kaart te brengen hoe zo’n werkelijkheid laag voor laag ontstaat: als buitenwereld, als ervaring, als sociale stabiliteit, als representatie. Ik maak aannames expliciet en meld het wanneer ik veronderstel in plaats van weet.

    Dit is mijn persoonlijke startpunt. Het is een puzzel die vroeg begon, die later concreter werd, en die ik nu ga vastleggen. Niet als queeste, maar als route: om te zien waar ik al geweest ben, en om de lezer uit te nodigen een stukje mee te wandelen op hetzelfde traject. Misschien kom ik onderweg tot hardere conclusies dan ik nu kan formuleren. Misschien eindig ik met meer twijfel, maar dan wel scherper geformuleerd. In beide gevallen is dat winst. Helderheid ontstaat soms pas wanneer je het vage uitlicht.