Tag: schrijven

  • Intermezzo: Toetsbaarheid en keuzes

    Een week terugkijken legt patronen bloot en dwingt tot kiezen.

    Één keer per week schrijf ik een ‘intermezzo’: geen nieuw thema, geen nieuwe claim, maar een inventaris. Wat ging er goed, wat ging er stroef, wat zag ik pas achteraf?

    Pas als je een aantal stukjes achter elkaar legt, zie je waar je steeds op terugkomt, en waar je het jezelf te gemakkelijk maakt.

    (1) Het eerste dat opviel, was iets dat ik niet had voorzien, maar wel eenvoudig: veel stukjes bleken, op hun eigen manier, een link met ‘toetsbaarheid’ te hebben. Dat had ik niet aangekondigd en ik had er ook niet bewust voor gekozen. Het gebeurde. Dat is tegelijk het voordeel en de valkuil van dagelijks schrijven: het brengt je stokpaardjes en obsessies aan het licht. Met mijn meanderende geest is niet uit te sluiten dat dit een momentopname is, en dat een volgende obsessie een compleet ander frame biedt.

    (2) Daarbij viel op dat ik veel basisprincipes en concepten hanteer. Dat is nuttig, en ik heb me daarom voorgenomen om meer aandacht te besteden aan die basisprincipes. Wat is nu praktischer dan een arsenaal aan bruikbare concepten waarmee je de buitenwereld scherper in kaart brengt? Soms zijn het vuistregels, soms algemenere principes.

    (3) Het derde dat opviel, was kwantitatief. Ik ga al snel richting duizend woorden. Kennelijk is ‘kort’ niet iets dat vanzelf uit mijn vingers komt, maar een discipline die ik moet afdwingen. Als je elke dag publiceert, is dat geen klein detail. Dan is lengte niet alleen stijl, maar ook logistiek: tijd, aandacht, ritme. Een stelling verdient onderbouwing, maar niet iedere onderbouwing hoeft opnieuw uitgebreid te worden onderbouwd. En niet ieder gerelateerd onderwerp hoeft te worden benoemd. Het is makkelijk te denken dat het nog niet ‘af’ is en dat er ‘nog één alinea’ bij moet, terwijl je in werkelijkheid sneller voor een afkappunt moet kiezen. Ik moet beter leren bepalen wanneer het genoeg is.

    (4) En dan is er het meest tijdrovende deel: detailwerk dat zich vermomt als zorgvuldigheid. Je kunt eindeloos blijven puzzelen. Dat voelt verzorgd, maar voegt meestal weinig toe. Net als bij studeren voor een tentamen is er bij schrijven sprake van afnemende meeropbrengst.

    Ook hier duikt meteen een principe op: ‘the law of diminishing returns’. Dit onderschrijft het tweede punt. Mijn derde waarneming wordt benadrukt omdat ik een voorbeeld wil geven van de manier waarop je kunt blijven puzzelen. Neem titels: ze zijn zowel vlag als belofte, de kortste versie van de hele tekst. De alternatieve titels die ik bij ‘Kleine Winst, Groot Verlies’ bedacht, zijn: ‘Dat moet toch kunnen!’, ‘Verborgen Rekening’, ‘Samen slechter af’, ‘De Prijs van Nonchalance’ of ‘De Kosten van Gemakzucht’. Allemaal enigszins dekkend, maar toch ook weer net niet goed genoeg. Ik moet accepteren dat je niet alles in één korte titel kunt vangen. Kiezen komt neer op: iets anders buiten beeld laten. Bij schrijven is perfectie een streven, geen realiteit.

    Daar zit een moeilijke les in. Schrijven is niet alleen formuleren, maar ook laten liggen. Als je alles wilt meenemen, eindig je bijvoorbeeld met een onvoorstelbaar lange titel, of eentje die nergens echt op inzet. Ook moet ik beducht zijn voor teksten die te veel anticiperen op tegenwerpingen. Dat is verleidelijk, want indekken lijkt op nuance. Maar vaak is het een slag om de arm, en dus te weinig stellingname. En dat laatste wil ik wel.

    Komende week wil ik expliciet stilstaan bij de overkoepelende gedachten die in de stukjes van afgelopen week opdoken, zoals een uitwerking van de hindsight bias en the tragedy of the commons. Ik ben benieuwd wat dit experiment me nog meer leert over mijn eigen denken en schrijven.

    Een wekelijks ‘intermezzo’ geeft me niet alleen een inkijkje in mijn eigen functioneren, maar het biedt ook gelegenheid om dit project bij te sturen. Een manier om mijn eigen werk te beoordelen en te bevragen, zoals ik anderen vraag: klopt dit, staat dit ergens, houdt dit stand?

    Toetsbaarheid begint ook bij mezelf, bij mijn eigen zinnen.

  • First!

    Een week geleden besloot ik een blog te starten. Op zaterdag 27 december 2025 heb ik daarom een WordPress-site opgezet. Ik heb nog geen flauw idee hoe alles werkt, en juist dat is de charme: ik vind het leuk om iets nieuws te leren. Het is een sprong in het diepe; al spartelend leer ik zwemmen. Als je mijn zwemlessen wilt volgen: kijk gerust rond.

    Ik wil beter leren schrijven en proberen mijn meanderende geest te beteugelen – of in elk geval te stroomlijnen. Al is dat beteugelen misschien een illusie: dat meanderen kan én wil ik niet afleren. Wel wil ik mijn gedachten zo inkaderen dat wat ik publiceer ook echt op zichzelf kan staan: leesbaar, af, en de moeite waard. Fingers crossed.

    Met Thoreau in het achterhoofd:
    Als je luchtkastelen hebt gebouwd, hoeft je werk niet verloren te gaan; daar horen ze te staan. Leg er nu de fundamenten onder.
    — Henry David Thoreau, Walden (1854)

    In 2026 ga ik dus proberen dit luchtkasteel van een fundering te voorzien.

    En om die serieuze noot iets lichter te eindigen: de bekende uitspraak die vaak – ten onrechte – aan Pippi Langkous wordt toegeschreven: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

    — eM van de Weeromstuit