Tag: schrijfdiscipline

  • Intermezzo: Sisyphus

    Hoofdstuk 2 is af. Nog acht te gaan in Deel I. Het onderwerp vind ik nog steeds leuk, maar het productiedeel begint een moeizame routine te worden: outline, research, schrijven, strak trekken. Het gezegde ‘1% inspiration, 99% perspiration’ is zeker van toepassing. De vraag is vooral hoe ik dit deel leerzaam houd, en niet alleen maar taai.

    Het lastige is niet het zweet. Dat hoort erbij. Het lastige is dat de horde in het begin leerzaam was en dat het nu vooral herhaling wordt. Een hoofdstuk invullen is één ding. Nog acht hoofdstukken, elk met tien paragrafen, zijn nodig voor het eindproduct, maar schrijftechnisch is het herhalen: je wordt sneller, maar je leert weinig nieuws.

    Ik merk dat ik zoek naar een manier om er weer ontdekking in te krijgen. Niet kunstmatig, niet door ‘trucjes’, maar door mezelf weer iets te laten ontdekken. Want als ik alleen maar produceer, leer ik vooral hoe ik kan blijven produceren. Dat is nuttig, maar het is niet waarom ik hiermee ben begonnen.

    Wat deze fase me wél heeft geleerd: als de structuur er niet staat vóórdat je gaat schrijven, betaal je later dubbel. Niet met nadenken, maar met herschikken. Herschikken betekent herschrijven. Dat is geen ‘revisie’ meer, dat is schadeherstel. Het voelt als verloren tijd, ook als je er soms betere zinnen aan overhoudt.

    Het verschil met columns en essays wordt hier pijnlijk helder. Die formaten kan ik hebben: een claim, een boog, een klikslot. Boeklengte is iets anders. Daar moet je niet alleen goed schrijven; je moet ook een lange adem organiseren. En daar breekt het me een beetje op. Deel I kan ik in principe uitrollen, maar juist dat uitrollen vind ik nogal taai. Zelfs met een hoofdstuk per week duw ik hetzelfde rotsblok nog wekenlang dezelfde heuvel op.

    Mijn aandacht verschuift intussen naar Deel II en III, omdat daar de keuzes nog open liggen. Daar zit meer onzekerheid, dus meer ruimte om scherp te kiezen. Alleen: er zijn te veel routes. Iedere keuze sluit alternatieven af, en ik voel die afslag als verlies nog vóórdat ik weet wat ik ervoor terugkrijg. Dat is een luxeprobleem, maar wel een echte.

    Ik ga ook beknopter schrijven, waarschijnlijk om de productie beheersbaar te houden. Ergens is dat vooruitgang: korter, helderder, minder opsmuk. Alleen: het wordt ook sneller droog. Overzichtelijker, ja. Maar minder levendig.

    En dan sluipt er een meta-twijfel in: dit onderwerp wordt gaandeweg theoretischer, terwijl ik het juist niet academisch wil maken. Ik wilde voetnoten en bronapparaat vermijden. Het doel was leesbaarheid zonder versimpeling. Ik wil precies zijn zonder te doen alsof ik een artikel voor een tijdschrift schrijf.

    Misschien is dat de werkelijke uitdaging van dit project: niet ‘minder theorie’, maar theorie die het geheel tot leven brengt. Hoofdstuk 3 moet daarom niet alleen af, het moet me ook iets nieuws leren.

  • Intermezzo: Stelling nemen

    Vorige week besloot ik een week lang één duidelijke lijn aan te houden. Een lezer heeft houvast nodig. Zonder duidelijke contouren verdwijnt de aantrekkingskracht. Daarom koos ik één kernidee: zes stukjes over beginselen van het recht. (Het werden er zeven.) Sommige stukjes kregen een praktijkhaakje. Dat werkte.

    Voortgang

    Afgelopen week leerde ik strakker te structureren. Ik ben beter in staat om te accepteren dat ‘goed’ soms ‘goed genoeg’ is. Dat is buiten het bloggen ook praktisch. Maar dit is niet de vorm die ik zoek.

    De reeks is nuttig. Het is het soort informatie dat ik zelf eerder tot mijn beschikking had willen hebben. Ondanks de praktijkhaakjes blijft het uitleg. Het is een mini-college. Dat is vlak. Ik zoek iets prikkelenders, iets uitdagenders. Dit blog is ook een persoonlijke zoektocht naar stijl.

    Het risico van stelling nemen

    De keuze waar ik eerder omheen liep is of ik een duidelijke positie wil innemen. Een opinie over actuele kwesties kan lezers wegjagen. Maar zonder positie ben ik inwisselbaar: dan lever ik samenvattingen, geen stukken. Wie niet oppervlakkig wil schrijven, moet accepteren dat een deel van de lezers afhaakt: niet iedereen heeft zin in een uitgesproken positie. Dat neem ik voor lief. Beter dat risico dan het alternatief: stukken die ‘netjes’ blijven, maar tam.

    Één stelling per dag

    Komende week ga ik terug naar de kern: één scherpe stelling die ik verdedig. Met één lijn erdoorheen, zodat de stukken samenhang krijgen. Mijn doel is: elke dag één stelling. Geen mijmering over een onderwerp, maar een stelling. Iets dat ik beweer. Dat je kunt betwisten. Vorm je eigen oordeel. Eens of oneens, allebei prima. De lijn voor de komende week is dus niet ‘meer informatie’, maar meer onderscheid.

    Koerscorrectie

    Een stukje is vermakelijk, leerzaam, prikkelend of motiverend, en soms vooral erkenning. Soms meerdere categorieën tegelijk. Mijn doelstelling blijft in de kern dezelfde: schrijven als destillatie. Het publiceren is de toets. Zodra iets publiek wordt, moet het kritiek kunnen doorstaan. Dat maakt me zorgvuldiger. Ik ben bereid om de discussie aan te gaan over wat ik vastleg en om van anderen te leren. Als we uiteindelijk concluderen dat we het oneens blijven, wil ik in ieder geval weten aan welke basisopvatting dat ligt. Dat is winst: het levert inzicht op.

    Ik wil het verschil zichtbaar maken tussen indruk en argument en tussen retoriek en reden.

    eM van de Weeromstuit