Eerder gaf ik al aan dat ik het lastig vond om een onderwerp te kiezen. Uiteindelijk koos ik een alomvattend onderwerp: werkelijkheid. Ik ben me ervan bewust dat het antwoord in de ‘literatuur’ ook kortweg als ‘42’ kan worden aangeduid, maar ik ga het toch anders doen. Niet door één sluitend antwoord te beloven, maar door de puzzel die aan dat woord vastzit serieus te nemen: wat bedoelen we wanneer we het begrip ‘werkelijkheid’ gebruiken?
Dit onderwerp laat me niet los. Het is een puzzel die ik al bijna mijn hele leven leg, en die steeds terugkomt in een andere gedaante. Ik heb er een aantal duidelijke ideeën over, maar ik heb ze nooit uitgeschreven. Dat ga ik nu wel doen. Tijdens het in kaart brengen van werkelijkheid zocht ik vaak naar beschrijvingen die standhouden. En er blijven onontgonnen gebieden over.
Mijn vroegste herinnering aan die puzzel gaat terug tot de kleutertijd. Ik was misschien een jaar of vier, en mijn tante Corrien paste op mij. Ik was bang dat ik zó diep in gedachten kon wegzakken dat ik de weg terug niet meer zou vinden. Achteraf klinkt het melodramatisch, maar het gevoel was echt. Ik kon het nauwelijks uitleggen. Toch heb ik haar, na lang aarzelen, gevraagd of ze me kon komen halen als ik zelf de weg kwijt zou raken. Ze zei meteen ja. Lief. Maar ik zag aan haar gezicht dat ze niet begreep wat ik bedoelde.
Dat moment bleef hangen omdat ik toen voor het eerst merkte dat de belevingswereld van een ander niet samenvalt met de mijne. Hoewel ik toen nog niet in staat was om het te verwoorden, was mijn conclusie helder: wij zijn ons eigen venster op de werkelijkheid. Je kunt in dezelfde kamer zijn, maar toch in volsyrekt verschillende werelden staan. Voor een kleuter is dat even schrikken: je deelt dezelfde ruimte, maar niet hetzelfde beeld. Dat inzicht bleef; werkelijkheid verschilt per persoon.
Die bewuste realisatie bleef als een rode draad door mijn leven lopen. Iedereen herkent zoiets, maar ik was erop gefixeerd: hoe snel ‘hetzelfde’ kan veranderen door een net andere context. Ik zag dat als een verschuiving van de werkelijkheid. Herakleitos’ rivier werd voor mij minder een citaat dan een waarschuwing: de werkelijkheid verandert voortdurend.
Later merkte ik dat de werkelijkheid ook in mijzelf kon schommelen. Het voorbeeld dat me daarbij helder voor de geest staat, is de periode waarin ik in militaire dienst zat. Ik vond die periode buitengewoon onaangenaam. Terugkijkend zat ik in een depressieve fase: de leegheid, de routine, de desinteresse. Het dagelijks leven in militaire dienst was geestdodend. Ik ging er telkens met weerstand naartoe.
En juist omdat ik me verveelde en tegelijk onrustig was, draaiden er voortdurend gedachten in mijn hoofd: over mensen, over macht, over economie, over hoe groepen werken, over wat mensen elkaar wijsmaken om het vol te houden. Wat me toen verraste, was niet dát ik nadacht, maar hoe mijn conclusies verschoven. In de ochtend, op weg naar de kazerne, kon ik dezelfde vraagstukken logisch uitwerken en tot een heldere conclusie komen. Maar op vrijdagmiddag, in de trein terug naar huis, leidden dezelfde feiten tot andere conclusies. Niet omdat de feiten veranderden, maar omdat mijn eigen instelling anders was. Beide conclusies voelden even ‘waar’. En dat is een vreemde constatering: je eigen logica is afhankelijk van je stemming. Mijn werkelijkheid was niet alleen persoonlijk, maar ook situationeel.
Die ervaringen hebben mijn belangstelling voor ‘werkelijkheid’ blijvend gevoed. Ze hebben me ook voorzichtiger gemaakt met de alledaagse manier waarop we dat woord gebruiken. “In werkelijkheid…” is vaak geen neutrale observatie, maar een zet in een gesprek. We gebruiken het om de ander bij te sturen, te corrigeren, te ontmaskeren. “In werkelijkheid ben je gewoon bang.” “In werkelijkheid is dit een excuus.” “In werkelijkheid komt het helemaal niet daardoor.” Daar is ‘werkelijkheid’ geen beschrijving, maar beïnvloeding.
Tegelijk kun je niet bij subjectiviteit blijven hangen. Je kunt niet leven alsof alles alleen maar perspectief is. Je moet kunnen handelen, beslissen en met anderen samenwerken. Er is ook een gedeelde werkelijkheid met afspraken, routines en wederzijdse verwachtingen. In die context proberen woorden naar hetzelfde te verwijzen, vaak genoeg om samen te kunnen handelen. Dat spanningsveld fascineert me: de verschillen tussen het privé-venster en die gedeelde wereld, tussen die verschillende waargenomen werkelijkheden. Niemand ziet precies hetzelfde; samenleven is leven in de overlap.
Daarom begin ik deze reeks. Niet om met één theorie te eindigen, maar om in kaart te brengen hoe zo’n werkelijkheid laag voor laag ontstaat: als buitenwereld, als ervaring, als sociale stabiliteit, als representatie. Ik maak aannames expliciet en meld het wanneer ik veronderstel in plaats van weet.
Dit is mijn persoonlijke startpunt. Het is een puzzel die vroeg begon, die later concreter werd, en die ik nu ga vastleggen. Niet als queeste, maar als route: om te zien waar ik al geweest ben, en om de lezer uit te nodigen een stukje mee te wandelen op hetzelfde traject. Misschien kom ik onderweg tot hardere conclusies dan ik nu kan formuleren. Misschien eindig ik met meer twijfel, maar dan wel scherper geformuleerd. In beide gevallen is dat winst. Helderheid ontstaat soms pas wanneer je het vage uitlicht.