Tag: outcome bias

  • Achterafnetwerk: twaalf verwanten van de hindsight bias

    Het stuk van gisteren ging over de hindsight bias. Dit stuk is de bijsluiter: verwante denkfouten die het achterafverhaal geloofwaardiger maken en het ‘logisch’ laten klinken. Nu niet opnieuw de hoofdzaak, maar het netwerk eromheen.

    Je ziet ze vaak in dezelfde beweging. Iemand wijst op de uitkomst, plakt er een oordeel aan, en daarna volgt een verhaal dat die uitkomst moet verklaren. Dat verhaal voelt overtuigend, juist omdat meerdere biases tegelijk hun werk doen. Onderstaande lijst is bedoeld als naslag: twaalf familieleden, dicht bij elkaar in effect en in misbruik. Per item een korte duiding en een controlevraag.

    Inhoud

    1. Outcome bias
    2. Severity effect
    3. Moral luck
    4. Choice-supportive bias
    5. Cognitive dissonance reduction
    6. Self-serving en group-serving bias
    7. Overconfidence
    8. Confirmation bias
    9. Congruence bias
    10. Narrative fallacy
    11. Post hoc ergo propter hoc
    12. Selection bias en survivorship bias

    A. Outcome bias, resultaatbias

    Waar het misgaat:

    • Je beoordeelt de kwaliteit van een beslissing aan de uitkomst, niet op basis van wat redelijk was met de informatie van toen.

    Controlevraag: Als ik de uitkomst wegdenk, blijft de beslissing dan nog steeds verdedigbaar?

    B. Severity effect, schade maakt streng

    Waar het misgaat:

    • Hoe groter de schade, hoe harder het oordeel over de eerdere zorgvuldigheid wordt, terwijl de ex ante situatie identiek kan zijn.

    Controlevraag: Zou ik dezelfde norm hanteren als het gevolg klein was gebleven?

    C. Moral luck, toeval als morele versterker

    Waar het misgaat:

    • Twee mensen handelen hetzelfde, alleen de één krijgt pech. Toch schuift het oordeel vaak mee met de pech.

    Controlevraag: Beoordeel ik de handeling, of beoordeel ik het toeval dat eraan vastplakte?

    D. Choice-supportive bias, keuze mooier maken

    Waar het misgaat:

    • Na een keuze herinner je vooral de pluspunten van jouw optie en de minpunten van de alternatieven. Je eigen keuze krijgt achteraf een glanslaag.

    Controlevraag: Kan ik drie serieuze redenen geven waarom het alternatief óók verstandig kon zijn?

    E. Cognitive dissonance reduction, zelfrechtvaardiging

    Waar het misgaat:

    • Als feiten wringen met je zelfbeeld, maak je het verhaal passend. Twijfel wordt weggepoetst, motieven worden netter, eerdere kanttekeningen verdwijnen.

    Controlevraag: Welke zin of aantekening van toen zou nu ongemakkelijk zijn om hardop voor te lezen?

    F. Self-serving en group-serving bias, reputatiebescherming

    Waar het misgaat:

    • Succes is ‘competentie’, falen is ‘omstandigheden’. Voor groepen geldt hetzelfde: wij waren goed, zij waren het probleem.

    Controlevraag: Als een ander dit deed, zou ik dezelfde uitleg accepteren?

    G. Overconfidence, overschatting door schijnbegrip

    Waar het misgaat:

    • Wie achteraf denkt dat het ‘duidelijk’ was, gaat ook denken dat hij het de volgende keer weer ‘duidelijk’ zal zien. Begrip wordt verward met voorspelbaarheid.

    Controlevraag: Welke concrete voorspelling deed ik toen, met kans en voorwaarden, zwart op wit?

    H. Confirmation bias, bevestigingsbias

    Waar het misgaat:

    • Je zoekt, onthoudt en herkauwt vooral wat je bestaande overtuiging ondersteunt. Achteraf vind je altijd wel één zin die ‘klopte’.

    Controlevraag: Wat was het sterkste tegenargument dat ik toen zag, en waar is het gebleven?

    I. Congruence bias, toetsen op bevestiging

    Waar het misgaat:

    • Je test hypotheses met vragen die bevestiging kunnen opleveren, in plaats van actief te zoeken naar weerlegging.

    Controlevraag: Welke uitkomst had mijn idee onderuit gehaald, en heb ik daar serieus naar gezocht?

    J. Narrative fallacy, verhaalbias

    Waar het misgaat:

    • Losse feiten worden een strak plot met oorzaak, bedoeling en les. Complexiteit wordt montage, toeval wordt noodzaak.

    Controlevraag: Welke feiten passen slecht in het verhaal, en wat gebeurt er als ik die centraal zet?

    K. Post hoc ergo propter hoc, na elkaar is niet daardoor

    Waar het misgaat:

    • Omdat B na A kwam, voelt het alsof A de oorzaak was. Het is een klassieke ruggengraat van ‘verklaren achteraf’.

    Controlevraag: Welke alternatieve oorzaken zijn minstens zo plausibel, en hoe zou ik ze onderscheiden?

    L. Selection bias en survivorship bias, scheve dataset

    Waar het misgaat:

    • Je kijkt naar wat zichtbaar is: winnaars, incidenten, dossiers die boven komen drijven. De stille meerderheid blijft buiten beeld, en de conclusie wordt vanzelf ‘onvermijdelijk’.

    Controlevraag: Welke gevallen zie ik niet, en hoe verandert mijn oordeel als ik die meereken?

    Wie dit praktisch wil gebruiken, kan één simpele discipline kiezen: maak de ‘toen’-versie vindbaar. Leg vóór de afloop vast welke aannames je hanteert, welke signalen je wel en niet meeneemt, welke alternatieven je ziet, en wat jou van gedachten zou doen veranderen. Dan kun je later toetsen zonder dat het verhaal van nu de feiten van toen opslokt.

    Een uitkomst is geen argument; hooguit een aanleiding om je aannames terug te lezen.

  • Hindsight bias: Altijd al geweten!

    “Ik had het toch al gezegd.” Die zin klinkt als een feitelijke herinnering, maar is vaak vooral een effect. Niet omdat mensen massaal liegen, maar omdat herinneringen niet werken als een archief. Zodra de afloop bekend is, reconstrueren we wat we eerder dachten en zagen, precies strak genoeg om het achteraf logisch en bijna onvermijdelijk te laten voelen.

    In de bijdrage van afgelopen zaterdag haal ik de ‘hindsight bias’ aan. Die achterafkijk-vooringenomenheid is één manier waarop het geheugen het verleden herschrijft, of liever: de versie die we er later van maken. Dat is geen onschuldige vertekening. Het stuurt reputatie, verantwoordelijkheid en ontaardt soms in discussies over ‘wie er gelijk had’.

    In ‘Achterafprofeten’ noem ik dat de voedingsbodem van de achterafprofeet: status oogsten zonder vooraf een helder standpunt te durven innemen. Gelijk claimen, terwijl je eerder hooguit een gevoel had of een opmerking maakte die in meerdere richtingen kon meebuigen.

    Voor dit mechanisme bestaan meerdere labels. Hindsight bias heet ook wel ‘kruipend determinisme’, of het ‘Ik-heb-het-altijd-al-geweten’-effect. De American Psychological Association definieert het eenvoudig: na een gebeurtenis overschatten we hoe goed we die hadden kunnen voorzien.

    Dat schuiven is zelden opzet. Roese en Vohs beschrijven hindsight bias als een combinatie van drie bewegingen: (a) we passen onze herinneringen aan, (b) de afloop voelt onvermijdelijker, en (c) daarmee ook voorspelbaarder. Het brein maakt het verleden glad, zodat het heden minder rafelt.

    Daarom functioneren ‘achterafprofeten’ zo goed. Achteraf gelijk is risicoloos gelijk: je krijgt de beloning zonder de kosten. Wie vóór de uitkomst aarzelde, zich indekte of helemaal niets vastlegde, kan na afloop toch doen alsof de uitkomst vanzelfsprekend was.

    Soms zag iemand natuurlijk wél signalen die anderen negeerden. Het probleem is niet voorspellen, maar het verschil tussen toetsbaar en elastisch. Een terugleesbare waarschuwing met reden en consequentie is iets anders dan een vaag gevoel dat iemand achteraf tot bewijs omsmeedt.

    Rond de hindsight bias zitten verwante vertekeningen die het effect versterken. Zo laat de ‘outcome bias’ ons de kwaliteit van een beslissing aflezen uit het resultaat, niet uit wat toen redelijk was. De ‘confirmation bias’ zorgt dat we vooral die losse opmerkingen terugvinden die bij de afloop passen. En de ‘narrative fallacy’ knoopt feiten aan elkaar tot een keurig verhaal, waarin toeval en complexiteit verdwijnen.

    Rolf Dobelli wijst op hetzelfde mechanisme in onze honger naar nieuws dat direct ‘verklaart’. Het brein wil snel een verhaal dat klopt. In zijn essay ‘Avoid News’ vat hij het scherp samen: “Our brains crave stories that ‘make sense’.” We presenteren het als analyse, maar het is vaak een anekdote met een sluitend plot, precies wat hindsight bias achteraf ook maakt.

    Wie daar niet in mee wil, legt vóór de uitkomst zijn gedachten vast, in plaats van erna te gaan bijschrijven. Noteer je verwachting, je onzekerheid en vooral je redenen. Dan kun je beslissingen later beoordelen op basis van de informatie van toen en niet op feiten die pas later bekend werden. En als iemand achteraf zekerheid claimt, vraag dan om de zin van toen, niet om het verhaal van nu. Dat is ook wat in het Duits zo bruikbaar ‘hineininterpretieren’ wordt genoemd: achteraf betekenis in het verleden lezen die er toen niet in zat.

    Wie na afloop zegt ‘het moest zo lopen’ laat het mechanisme zien: de verklaring schuift richting onvermijdelijkheid en het geheugen schuift mee.