Het Ontstaan van Werkelijkheid (v2)
1.2. Deel I – Universum / premenselijk
8. Iets mythologisch
In veel scheppingsverhalen is het veronderstelde ‘niets’ geen absolute leegte, maar een oertoestand: kloof, oeroceaan, duisternis of vormloze massa. Het eerste ‘iets’ verschijnt vaak niet als een los object, maar als verschil. Dat eerste onderscheid functioneert als ‘drager’: grens of scheiding. Twee voorbeelden maken die functie zichtbaar.
Neem Genesis: in het verhaal begint de wereld met duisternis over de oervloed, totdat een scheppingswoord licht onderscheidt van het duister. Lees dit als narratief motief: een eerste markering. Dat licht is geen steen of planeet, maar de markering van een eerste onderscheid: licht tegenover donker, dag tegenover nacht.
In het Enuma Elish ontstaat orde wanneer hemel en aarde uit één oermassa ‘uit elkaar’ worden gezet. Ook daar is het eerste ‘iets’ geen voorwerp, maar het ‘uit elkaar zetten’ zelf, waardoor ‘hemel’ en ‘aarde’ als onderscheiden polen kunnen gelden.
In deze context werken zulke beelden als spiegel, niet als verslag van hoe de wereld werkelijk is begonnen. Het kleinste ‘iets’ ís de dragerrol van een verschil, verbeeld als scheiding of grens die dat verschil draagt.
Mythen vullen het ‘waarbinnen’ beeldend in en veronderstellen daarmee een kader nog vóórdat een eerste verschil kan gelden. Als je de beelden wegdenkt, blijft de metafysische vraag: wat is de minimale status van dat ‘waarbinnen’, het domein waarop een verschil betrekking kan hebben.
[Wordt vervolgd…]