Tag: drogreden

  • Quotegezag

    Een quote met een markante naam eronder is zelden een gedachte op eigen benen; het is gezag dat zich als argument verkleedt.

    Je ziet het in sierlijke typografie boven een vrolijke stockfoto: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” – Pippi Langkous. Het is een bekende misser: Astrid Lindgren heeft dit nooit geschreven. Dat Pippi Langkous dit niet heeft gezegd, is een detail dat vooral hinderlijk is. Wie corrigeert, is de stoorzender.

    Iemand heeft een keer iets bedacht dat ‘klinkt als Pippi’ en haar naam erbij geplakt. Het fluisterspel van het internet doet de rest. De uitspraak duikt op in trainingen, presentaties, schoolmuren en – als je pech hebt – zelfs in semi-officiële contexten waar je hoopt dat iemand een bron controleert. Het wordt een rondzingende prestigesticker. Niet omdat het iets bewijst, maar omdat het meer gewicht krijgt zodra je er een beroemdheid aan hangt.

    Het punt is dat een quote zelden alleen een mooie zin is. Het is vaak een vermomd argument. Niet: “Dit is waar, omdat het logisch is,” maar: “Dit is waar, omdat iemand die je respecteert het gezegd heeft.” Dat is geen nuanceverschil. Het is de drogreden van het gezagsargument: inhoud maakt plaats voor status. Waar Dickens in The Pickwick Papers (1836) een hele scène nodig had om een personage ontwapenend overmoedig te laten zijn, doen wij het met één regel en één naam: klaar. Het scheelt een hoop leestijd en vooral denkwerk; het voelt dan toch alsof iets is onderbouwd.

    En ja, die Pippi-gedachte is in de context van een kinderboek sympathiek. Branie werkt als literair motorblok: het kind dat zich niet laat intimideren door volwassenen, conventies en angst. Maar zet dezelfde zin in een serieuze context, dan beginnen de waarschuwingslampjes te knipperen. “Ik heb het nog nooit gedaan” is in het echte leven vaak precies de reden om te oefenen, begeleiding te zoeken, risico’s te wegen. Als duwtje bij iets onschuldigs is het prima. Als rechtvaardiging voor beslissingen met maatschappelijke consequenties is het ronduit roekeloos.

    De draai komt wanneer je beseft dat het echte probleem niet de onjuiste toeschrijving is, maar het doel ervan. Een bekende van mij gebruikte regelmatig een andere zin om een discussie af te sluiten: “Wie jong is en niet links heeft geen hart; wie oud is en niet rechts heeft geen hersenen.” Steevast met de verwijzing naar Churchill. Dat geeft het meteen het aura van een staatsman. Later bleek die verwijzing helemaal niet te kloppen. En dat toont het mechanisme in zijn pure vorm: het ging niet over idealisme en leeftijd, maar om het doordenken af te kappen met geleende autoriteit.

    Daar kun je tegenin brengen dat quotes juist helpen. Ze destilleren ervaring en maken abstracte lessen hanteerbaar. Je onthoudt een zin nu eenmaal beter dan een paragraaf. En eerlijk is eerlijk: wie maalt erom of Lindgren het letterlijk zo opschreef, als precies die oneliner iemand over zijn drempelvrees helpt? Dat is een verdedigbare gedachte. Niet alles hoeft een voetnoot te hebben om praktisch bruikbaar te zijn.

    Dat gaat goed totdat de quote niet slechts als motivatie of illustratie geldt, maar als argument wordt ingezet. Dan is de bron geen bijzaak maar de hefboom die de stelling kracht geeft. Als de zin echt op eigen benen stond, zou een onbekende bron geen probleem zijn. Sterker nog: dan zou ‘onbekend’ juist een kracht zijn, een gedachte zonder krukjes. In de praktijk zien we het omgekeerde. Het label ‘onbekend’ voelt als een tekort, dus wordt er een beroemdheid opgeplakt: Pippi, Churchill of Mark Twain als waarborg.

    Daarom is factchecken van quotes nuttig. Niet om pedant te kunnen zuchten dat Voltaire of Einstein dat helemaal niet heeft gezegd, maar omdat het je dwingt de redenering zelf te toetsen. Een beroep op gezag werkt als een aanmaakblokje: het vat meteen vlam, maar houdt geen vuur gaande. De conclusie krijg je opgedrongen, maar de route ernaartoe wordt niet inzichtelijk gemaakt.

    De eenvoudige remedie is ongemakkelijk, en precies daarom werkt hij. Denk bij elke quote eerst de naam weg. Haal Lindgren, Churchill en Einstein weg. Laat alleen de zin staan. Stel dan de vragen die sociale media consequent overslaan: Klopt dit eigenlijk wel? En wanneer niet? Onder welke omstandigheden wordt de mooie oneliner (gevaarlijke) onzin? Als je die vragen overslaat, dan ben je niet geïnspireerd; dan ben je geautoriseerd. Zo’n legitimatie is hooguit rugdekking; begrip levert ze niet.

    Een quote mag inspireren; als bewijs is hij verdacht.