Strategische vaagheid is een reputatieverzekering: wie vooraf niets vastlegt kan achteraf altijd gelijk claimen, terwijl degene die wel kiest het risico draagt.
Toen het eindverslag ‘Ongekend onrecht‘ over de toeslagenaffaire verscheen, was de verontwaardiging terecht. Rechtsstatelijke waarborgen kwamen in het gedrang en de verantwoordelijkheid reikte verder dan de uitvoering.
De wens om efficiënt te werken en fraude hard aan te pakken leidde tot spijkerharde regels, met weinig ruimte voor maatwerk. De uitvoering functioneerde als massaproces, met een ‘alles-of-niets’-logica, waarbij een administratieve fout al snel als opzet werd gelezen en ouders als fraudeurs werden behandeld.
Met de kennis van nu lijkt zo’n dossier al snel overzichtelijk. Er is een rapport met conclusies en een woord dat iedereen begrijpt: ‘onrecht’. Wat snel verdwijnt, is de vraag wie werkelijk eerder zijn hand opstak en zei dat het disproportioneel was, met menselijk leed als gevolg.
Het “Ik zei het toch” is zelden een eerlijke weergave van wat er vooraf is gezegd. Het is reputatiepolitiek: status oogsten zonder vooraf het risico te lopen om ongelijk te krijgen, gezichtsverlies te lijden, relaties te schaden of verantwoordelijkheid te dragen voor een koers.
Die dynamiek is niet voorbehouden aan nationale trauma’s. Het zit in het alledaagse, waar besluiten klein lijken en duidelijkheid meteen iets kost. Op kleine schaal ontstaat dezelfde verleiding: vaag blijven tot je weet welke uitkomst veilig is, in vergaderkamers, projectgroepen en appgroepen. Er is altijd iemand die later triomfantelijk stelt: “Ik heb het je toch gezegd.” Als je terugspoelt, vind je vaak geen duidelijke waarschuwing en al helemaal geen alternatief plan.
Twee magische formules spelen hierbij de hoofdrol. Soms is twijfel oprecht, maar hier gaat het om twijfel als afdekking. “Ik weet niet zeker of dit zo gaat werken.” En “Het zou kunnen.” Ze klinken bescheiden, bijna verstandig. Ze laten ruimte voor complexiteit en nuance, en voor het idee dat niemand de toekomst kan voorspellen. Maar juist omdat ze zo elastisch zijn, worden ze vaak gebruikt als de perfecte sluiproute naar achteraf gelijk.
Die twee korte zinnen zijn strategisch goud, omdat ze elke uitkomst veiligstellen. Gaat het mis, dan wordt de voorzichtige twijfel later een waarschuwing. Gaat het goed, dan wordt de aarzeling omgekat tot een kritische steunbetuiging vooraf. De ambitieuze spant een vangnet van voorbehouden. En met dat vangnet kan hij na afloop doen alsof hij het al bij aanvang volledig overzag.
Wie vooraf wel een duidelijke positie inneemt, staat daartegenover: iemand die niet schuilt achter een onderbuikgevoel, maar vooraf kleur bekent. Door te zeggen wat je wilt, wat het kost en wat je draagt als het misgaat. Hij is de enige die naderhand echt kan verliezen; alleen een uitgesproken positie kan later als juist of onjuist worden beoordeeld. Alleen een concreet voorstel kan mislukken. Alleen wie vooraf kleur bekent, kan worden afgerekend of beloond.
De achterafprofeet ontwijkt het werkelijke risico. Hij riskeert geen gezichtsverlies of politieke schade, maar strijkt wel met het krediet. Wie vooraf wél duidelijk is, krijgt de rekening of de gladiolen.
Daarom loont vaagheid: winst zonder risico. Wie ermee wegkomt wekt de suggestie van scherpzinnigheid en schuift vanzelf op in de pikorde. Zo pleit hij zichzelf vrij, terwijl hij impliciet suggereert dat anderen nalatig waren. Achteraf gelijk claimen is een sollicitatie voor leiderschap.
Dat het zo vaak overtuigend klinkt, komt ook doordat ons brein meewerkt. Hindsight bias is de neiging om gebeurtenissen achteraf voorspelbaarder te ervaren dan ze waren: het ‘altijd-al-geweten’-effect. Zodra de afloop bekend is, lijken de vooraf bekende onsamenhangende details ineens een sluitend verhaal te vormen. Het onoverzichtelijke ‘toen’ wordt overschreven door het heldere ‘nu’. Dat gaat zo: je herinnert je vooral wat in het nieuwe verhaal past, en vergeet hoe echt de twijfel was, hoe reëel de alternatieven waren en hoe weinig tastbaar het scenario eerder was. Dat is soms zelfs nuttig. Maar het is óók selectieve reconstructie die neerkomt op geschiedvervalsing.
Juist daarom is het nuttig om één scheidslijn scherp te trekken. Niet tussen slim en dom, maar tussen vastleggen en meebewegen. Tussen iemand die vooraf zijn handen in het vuur durft te steken, en iemand die met voorbehouden strooit om zich later gelijk toe te eigenen. Succes heeft veel ouders; mislukkingen worden pas laat geadopteerd. De voorbehoudtruc is een manier om wel met de eer te strijken bij succes en géén voogd te worden van een fiasco.
De remedie is niet moreel, maar praktisch. Maak vaagheid duurder op het moment dat ze wordt uitgesproken: “Welke keuze maak jij dan?” Als iemand twijfelt, vraag: “Onder welke voorwaarden ben je voor optie A, en wat is je stopcriterium?” Leg vast wie was voor, wie was tegen, waarom. En als iemand na afloop begint met “Ik zei het toch”, vraag dan niet om volume maar om precisie: “Waar staat dat precies?” Niet als vernedering, maar als discipline. Je trekt het gesprek weg uit theater en terug naar verantwoordelijkheid.
Wie ‘achteraf gelijk’ als strategie accepteert, organiseert dezelfde perverse prikkel als op systeemniveau: iedereen wil de schijn van scherpte, niemand wil de last van kiezen. Karakter toon je niet door na afloop gelijk te claimen, maar door vooraf te durven zeggen wat je vindt, en het risico te dragen dat je ongelijk hebt. Anders is het niet meer dan zelfrechtvaardiging of een plat statusspel.
Wie status wil oogsten uit voorspellingen, moet zich eerst durven vastleggen.